Aandachtspunt
 

Europees // federaal // regionaal // lokaal

1. Gelijke fiscale behandeling van de verschillende vervoermodi

Beschrijving problematiek

De ongelijke fiscale behandeling van de verschillende collectieve vervoermodi beïnvloedt de keuze van de consument. Hierdoor wordt hij ertoe aangezet om beslissingen te treffen op basis van zuiver financiële overwegingen zonder rekening te houden met o.m. de duurzaamheid.

Het voorbeeld van een touringcar en een vliegtuig die beide vanuit Brussel vertrekken om naar Wenen te gaan, spreekt op dit vlak boekdelen. Daar waar de touringcar 6% BTW moet betalen op de waarde van het traject in België, 19% in Duitsland en 10% in Oostenrijk, geniet het vliegtuig overal van een nulvoet. Dit betekent een globaal verschil van meer dan 15% alleen voor dit aspect. Hierbij wordt dan nog geen rekening gehouden met de accijnsrechten op brandstof die bij de touringcar meer dan de helft van de brandstofprijs uitmaken terwijl de kerosine van vliegtuigen volledig vrijgesteld wordt. De evolutie op de markt van het reizen naar de Costa Brava is ook leerrijk.

Touringcars voeren op dit ogenblik minder dan 25% van het aantal ritten uit die ze in de jaren negentig naar die bestemming reden. De reden? De opkomst van de lage kost vliegtuigmaatschappijen die niet alleen van bovenvermelde voordelen genieten, maar eveneens belangrijke subsidies ontvangen van de streken die ze aandoen. Denk maar aan het voorbeeld van de luchthaven van Brugge/Oostende waar verschillende overheden bereid zijn een subsidie van € 38 per passagier toe te kennen voor het (her)opstarten van een luchtvaartverbinding naar Gerona, terwijl de touringcar zwaar belast wordt in Brugge! In dergelijke gevallen wordt alleen gesproken over de uitbreiding van de activiteiten, zonder te spreken over de verschuiving uit andere sectoren, het er geleden verlies en de verdwijning van jobs.

Trouwens dient onderstreept dat het Europees Gerechtshof in één van zijn uitspraken uitdrukkelijk vermeldt dat er sprake is van discriminatie tussen de touringcar en het vliegtuig inzake BTW.

Vooropgestelde oplossing

De ideale oplossing bestaat erin dat het reizen per touringcar in alle lidstaten van de Europese Unie van een BTW-nulvoet geniet en dat de brandstof voor touringcars ook volledig vrijgesteld wordt van accijnsrechten. Indien dergelijke doelstelling niet haalbaar is wegens de budgettaire impact ervan, dan moeten BTW en accijnzen van de verschillende collectieve vervoermodi gelijkgeschakeld worden. Dergelijke beslissingen behoren tot de bevoegdheid van de Europese instellingen. Dit neemt niet weg dat de verschillende Belgische vertegenwoordigers in deze organen een belangrijke rol spelen door dit punt permanent hoog op de agenda te plaatsen. De argumenten die historisch gebruikt werden kort na de Tweede Wereldoorlog om de luchtvaart aan te moedigen met het oog op de heropbouw van Europa zijn lang voorbijgestreefd. Er bestaat dan ook geen enkele reden om deze discriminatie verder te behouden vooral wanneer duurzame mobiliteit gepromoot wordt.

Meerwaarde bij opvolging van de aanbevolen strategie

Bij een gelijke fiscale behandeling van de collectieve vervoermodi zal de keuze van de consument geleid worden door de voor hem/haar belangrijke elementen zoals comfort, snelheid en veiligheid en niet meer enkel door de prijs. Dit leidt ongetwijfeld naar een duurzamere oplossing voor de recreatieve en vakantieverplaatsingen. De CO2-uitstoot van een touringcar ligt inderdaad 3 tot 4 keer lager per passagier dan die van een vliegtuig. Bovendien mag niet uit het oog verloren worden dat de touringcar ook een belangrijke sociale rol vervult door de toegang tot recreatie en vakantie gemakkelijker te maken voor mensen die geen privévervoermiddel hebben wegens hun leeftijd (te jong of te oud) of wegens hun laag inkomen.


terug naar overzicht
 
 

 

Nieuw!

d-artagnan | all for advertising