Aandachtspunt
 

Europees // federaal // regionaal // lokaal

7. Afschaffing 'maximumfactuur'

Beschrijving problematiek

De invoering van de maximumfactuur in het Vlaams kleuter en lager onderwijs leidt tot een vermindering met 15% van de verplaatsingen per touringcar of het nu om daguitstappen, ritten naar buitenschoolse activiteiten (zwemlessen, bezoek aan een museum, bijwonen van een theaterstuk, enz...) of meerdaagse reizen gaat. Weliswaar heeft de overheid bijkomende middelen ter beschikking gesteld van de schooldirecties zonder echter te bepalen dat deze fondsen specifiek moeten gebruikt worden voor buitenschoolse activiteiten. Tevens dient opgemerkt dat de budgetuitbreiding gemoduleerd werd om meer mogelijkheden te bieden aan de scholen met veel kinderen uit kansarme gezinnen. Het resultaat van deze handelswijze is dat bepaalde scholen die veel activiteiten ontplooiden, harder getroffen worden daar de maximale tussenkomst van de ouders wel lineair bepaald wordt. Naast de afschaffing van de verplaatsingen dient ook vastgesteld dat de overblijvende buitenschoolse activiteiten minder lang duren en dichter bij de school plaatsvinden, wat dan ook weer een negatief effect heeft op de verplaatsingen.

Vooropgestelde oplossing

Daar de bijkomende middelen heel vaak aangewend worden voor andere doeleinden dan de buitenschoolse activiteiten, moet duidelijk gespecificeerd worden dat deze gelden alleen hiervoor gebruikt mogen worden. Tevens moet het systeem aangepast worden om scholen toe te laten de ouders een grotere tussenkomst te vragen als deze die nu voorzien is.

Meerwaarde bij opvolging van de aanbevolen strategie

Buitenschoolse activiteiten en de hiermee gepaard gaande groepsverplaatsingen van kinderen houden een dubbel voordeel in voor de betrokken leerlingen: enerzijds laten ze toe bepaalde activiteiten zelf uit te oefenen of bij te wonen die onmogelijk kunnen plaatsvinden binnen het kader van de school. Anderzijds biedt de groepsverplaatsing de mogelijkheid om de kinderen het leerproces van het omgaan met leeftijdsgenoten in een beperkte ruimte aan te leren. De pedagogische waarde van deze twee aspecten is van dergelijk groot belang voor de ontplooiing van de kinderen dat de uitvoering van een minimum aantal buitenschoolse activiteiten en van de hiermee gepaard gaande verplaatsingen per touringcar idealiter in het lesprogramma zouden moeten opgenomen worden. Bovendien dient ook benadrukt dat de uitrusting van moderne touringcars toelaat om zowel bij de heen- als bij de terugrit respectievelijk voorbereidingswerkzaamheden als een debriefing en een evaluatie uit te voeren.


terug naar overzicht
 
 

 

Nieuw!

d-artagnan | all for advertising